Wees niet bang!

Van woestijn naar paradijs.

 

 

Jezus in de woestijn

41Daarna werd ​Jezus​ door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de ​duivel​ op de proef gesteld te worden. 2Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had ​gevast, had hij grote honger. 3Nu kwam de beproever naar hem toe en zei: ‘Als u de ​Zoon van God​ bent, beveel dan die stenen in broden te veranderen.’4Maar ​Jezus​ gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’5Vervolgens nam de ​duivel​ hem mee naar de ​heilige​ stad en zette hem op het hoogste punt van de tempel. 6Hij zei tegen hem: ‘Als u de ​Zoon van God​ bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn ​engelen​ zal hij opdracht geven om u op hun handen te dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ 7Jezus​ antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de ​Heer, uw God, niet op de proef.”’ 8De ​duivel​ nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht 9en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ 10Daarop zei ​Jezus​ tegen hem: ‘Ga weg, ​Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de ​Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ 11Daarna liet de ​duivel​ hem met rust, en meteen kwamen er ​engelen​ om voor hem te zorgen.

 Wees niet Bang!

Van woestijn naar paradijs.

 

 1 Koningen 19 :3-7

Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden. Bij Berseba in Juda aangekomen liet hij zijn knecht achter 4en zelf trok hij één dagreis ver de woestijn in. Daar ging hij onder een bremstruik zitten, verlangend naar de dood, en zei: ‘Het is genoeg geweest, HEER. Neem mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn voorouders.’ 5Hij viel onder de bremstruik in slaap, maar er kwam een ​engel, die hem aanraakte en zei: ‘Word wakker en eet wat.’ 6  Elia keek op en ontdekte naast zijn hoofd een brood, in gloeiende kooltjes ​gebakken, en een kruik water. Nadat hij had gegeten en gedronken ging hij weer onder de struik liggen. 7Maar de ​engel​ van de HEER kwam terug, raakte hem opnieuw aan en zei: ‘Sta op en eet wat, anders is de ​reis​ te zwaar voor je.’ 

Wees niet Bang!

Van woestijn naar paradijs.

 

 

Numeri 20:1-5

In de eerste maand kwamen de Israëlieten, het hele volk, in de woestijn van Sin, en ze bleven lang in Kades. ​Mirjam​ stierf daar en werd er ​begraven.

2Toen er geen water meer was, liep het volk tegen ​Mozes​ en Aäron te hoop.3Ze maakten ​Mozes​ verwijten. ‘Waren wij ook maar omgekomen toen een deel van ons volk door het ingrijpen van de HEER stierf,’ zeiden ze. 4‘Waarom hebt u het volk van de HEER naar deze woestijn gebracht? Om ons hier te laten sterven, met ons ​vee? 5Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte en ons naar dit afschuwelijke oord gebracht? Er is hier geen koren, er zijn hier geen vijgenbomen, geen wijnstokken en geen granaatappelbomen. En drinkwater is er ook niet.

 

Wees niet Bang!

Van woestijn naar paradijs.

Genesis 21:15-19

Toen het water uit de ​zak​ op was, liet ze haar ​kind​ onder een struik achter. 

16Zelf ging ze een eindje verderop zitten, op een boogschot afstand, omdat ze niet kon aanzien hoe haar ​kind​ stierf. En terwijl ze daar zo zat, huilde ze bittere tranen. 

17Maar God hoorde de jongen kermen, en een ​engel​ van God riep ​Hagar​ vanuit de hemel toe: ‘Wat is er, ​Hagar? Wees niet bezorgd: God heeft je jongen, die daar ligt te kermen, gehoord. 

18Sta op, help de jongen overeind en ondersteun hem. Ik zal een groot volk uit hem doen voortkomen.’ 

19Toen opende God haar de ogen en zag ze een ​waterput. Ze liep ernaartoe, vulde de ​waterzak​ en gaf de jongen te drinken.

Preekrooster

24-11-2019

09:00 - Ds. J.H. Dunnewind
11:00 - Ds. J.H. Dunnewind
14:30 - Ds. D.S. Dreschler

01-12-2019

09:00 - Ds. D.S. Dreschler
11:00 - Ds. D.S. Dreschler
14:30 - Ds. R.P. Heij

Dagelijks Woord

Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ -- Genesis 3:8-9